logofoto_500 (10).jpg
Blog
Eric Tiggeler
2364

Ongewenst intiem

Situatie 1. Op de deurmat valt een envelop van het kabelbedrijf UPC. Een rekening. Boven aan het eerste velletje staat: Mijn factuur. Op het tweede: Mijn factuurspecificatie. En op het derde: Mijn verbruiksspecificatie.

Mijn factuur. Alsof ik, als gedwongen afnemer, een persoonlijke trots voel opkomen als ik weer namens ons huishouden mijn maandelijkse dertig euro mag doneren aan mijn kabelbedrijf. Kijk eens, mijn factuur is weer binnen! Helemaal van mij!

Situatie 2. De trein tussen Hilversum en Bussum passeert een spoorwegemplacement. Veel beton, rails, roest, uitgerangeerde wagons en een grote loods. Op die loods lacht, in metershoge letters, een leus de passerende forens toe: RailPro. Uw partner in de railinframarkt. Uw partner? Ben ik een relatie van RailPro? Overweeg ik de aanleg van een spoortraject in mijn achtertuin? Voel ik de behoefte aan een op maat gemaakte offerte voor vijftien dwarsliggers, zestig spoorstaven, drie wissels en twee onbewaakte overgangen met dubbele andreaskruizen?

Situatie 3. We rijden door Leusden. Een bus van Connexxion neemt voorrang. We remmen en lezen een grote sticker op de flanken: Deze bus wordt u aangeboden door de gemeente Utrecht. Wordt? Mij? Aangeboden? Een bus waar ik niet in zit, waarin ik nooit zal zitten, die ik na deze anonieme kruispuntontmoeting nooit meer zal of wil zien?

Drie ongewenste intimiteiten. Van copywriters in dienst van gezichtsloze organisaties, die door fusies en privatiseringsoperaties en nieuwe managementstrategieën veroordeeld zijn tot een marktgerichtheid die ze eigenlijk wezensvreemd is. Organisaties die een imago van persoonlijke betrokkenheid proberen te forceren met het doorzichtigste trucje dat er is: het gebruik van de voornaamwoorden ik, mijn, u. Mijn factuur, uw railinfrapartner, uw bus. Dat is mijn ergernis. En geef toe, ook die van u.

Zoek