logofoto_500 (7).jpg
Blog
Eric Tiggeler
9457

Een mens die of dat?

‘Een uniek mens, die niet alleen op de hogeschool zal worden gemist.' Zo besluit een necrologie in een tijdschrift. Dat is raar: een uniek mens suggereert dat mens een het-woord is, een mens die zal worden gemist suggereert dat mens een de-woord is.

Moet het dan misschien zijn: een unieke mens, die zal worden gemist? Nee, want de mens is ‘het hoogst ontwikkelde, in biologische zin tot de klasse der zoogdieren (genus Homo) behorende wezen, dat zich vooral door zijn rede en zijn taal van de overige dieren onderscheidt'. Van Dale weet dat soort dingen haarfijn uit te leggen: dit is niet de betekenis die hier past. Een uniek mens klopt dus.

Maar moet het dan niet zijn: een uniek mens, dat zal worden gemist? Ook niet. Weliswaar heeft het mens de gewenste betekenis individu, het heeft ook een niet-gewenste bijklank: ‘veelal in medelijdende of minachtende zin, vooral ter aanduiding van een vrouw'. Een mens dat sluit grammaticaal aan, maar zit er toch naast. In een necrologie over iemand die gewaardeerd werd en gemist wordt, wil je niet de indruk wekken dat ze zo'n mens was.

Een uniek mens die zal worden gemist lijkt dus een rare keuze, maar het is de enige die hier past. Een switch van het ene woordgeslacht naar het andere binnen drie woorden. Leve de functionele inconsequentie!

Eric Tiggeler

Zoek